De escalatieladder: omgaan met gedrag in je team (7 stappen)

Het gedrag van spelers is – vroeger én nu – een heikel punt. Als er niet goed op wordt gereageerd, verliezen spelers soms hun spelplezier. Veel trainers weten niet goed hoe ze hiermee moeten omgaan. Laat staan dat er binnen de vereniging beleid is over gedragsproblematiek.

In dit artikel deel ik een escalatieladder die je bijna één op één kunt toepassen binnen je eigen team. Nog beter: neem het mee naar de verantwoordelijken binnen de club. Misschien kan het uitgroeien tot een universeel document waar trainers, beleidsbepalers en ouders samen achter staan.

De praktijk

Je begint met een nieuw team. Je bereidt je trainingen goed voor en wil spelers iets bijbrengen. Maar na een paar weken merk je dat één of twee spelers de kantjes eraf lopen, brutaler zijn dan je gewend bent of gewoon weinig interesse tonen.

Na een lange werkdag, met wind en regen, is het begrijpelijk dat je niet altijd energie hebt om hier direct op te reageren. Toch weet je: als je het laat gaan, wordt het gedrag vaak erger. Maar je bent ook geen politieagent, toch?

Daarom: de escalatieladder, een praktisch stappenplan waarmee je rustig en consequent kunt optreden.

Stap 1 – De Quick Scan

Gebruik de eerste weken niet alleen om op voetbalgebied een vliegende start te maken, maar kijk ook naar gedrag.
Welke spelers zitten op jouw lijn, en welke niet? Observeer rustig. Alleen al door goed te kijken, leg je een basis voor wat later komt.

Stap 2 – Coachmomenten op houding en gedrag

Tijdens de training kun je korte coachmomenten inbouwen op houding en gedrag.
Zeg bijvoorbeeld: “Let even op, dit hoort bij goed samenwerken.”
Of zet het spel een keer stil en benoem wat je ziet.

In september is dat nog makkelijk: het is lekker weer, en als de intensiteit iets lager ligt, is dat niet erg.
Belangrijk: hiermee bepaal je de norm van de groep.
Na een paar weken kun je sneller door naar stap 3. (Het is dus niet de bedoeling dat een speler steeds weer drie waarschuwingen krijgt.)

Stap 3 – Nabespreken na de training

Gaat het gedrag niet over, spreek de speler dan na de training even apart.
Vertel rustig wat je storend vindt en wat je wilt verbeteren.
Laat de speler ook zijn verhaal doen.

Denk later na over waar zijn gedrag vandaan kan komen – niet als excuus, maar om de oorzaak te begrijpen.
De volgende training doet hij gewoon weer mee, en jullie hopen samen op verbetering.

Stap 4 – Herinneren en consequent zijn

Blijft het gedrag storend, dan mag je de speler één keer in de groep herinneren aan het eerdere gesprek.
Zeg duidelijk dat je ouders gaat bellen als het opnieuw gebeurt.

Gebeurt dat toch, dan mag je de speler uit de training verwijderen – maar:

Stuur een speler nooit naar huis!
Ouders rekenen erop dat hun kind veilig bij jou is. Laat hem aan de kant staan, in het zicht van de leiding.

Stap 5 – Betrek de club en de ouders

Breng de coördinator, HJO of jeugdvoorzitter op de hoogte.
Doordat je de eerste vier stappen hebt doorlopen, heb je al een klein dossier opgebouwd.

Bepaal samen wie de ouders belt.
Leg rustig uit wat er speelt en vraag of zij het thuis willen bespreken.
Maak de afspraak dat jullie uitgaan van verbetering – en trek daarna een streep onder het voorval.

Stap 6 – Formeel gesprek

Gaat het nog steeds niet beter?
Dan volgt een formeel gesprek met het hoogste jeugdorgaan, de trainer, de speler en de ouder(s).
Daarin wordt duidelijk uitgesproken dat er een sanctie volgt, zoals:

  • extra wisselbeurten

  • een wedstrijd niet spelen

  • tijdelijk niet meetrainen

De eerste vijf stappen zijn doorlopen; nu is het echt serieus.

Stap 7 – Sanctioneren

Als er ondanks alles geen verbetering optreedt, kan sanctionering verder worden opgevoerd.
In extreme gevallen kan dit leiden tot niet meer indelen in een team of zelfs royement.

Dat kan alleen met een sterk dossier – dus leg vanaf stap 1 alles goed vast.

Wat ik niet zou doen

Het hele team straffen bij wangedrag van één speler.
Je raakt dan de goedwillende spelers en dat werkt averechts.

Spelers strafrondjes laten lopen.
Ze verstoren andere trainingen en werken aan hun reputatie als ‘de clown’.

Zelf spelers schorsen of speeltijd ontzeggen zonder overleg.
Doe dit altijd in overleg met de coördinator of HJO.

Een speler naar huis sturen.
Je weet niet of ouders thuis zijn, en je bent verantwoordelijk zolang hij bij jou hoort te zijn.

Tot slot: de gouden regel

“Eerst knuppelen, dan knuffelen.”

Wees in het begin duidelijk en laat niets lopen. Zo stel je de norm.
Als spelers merken dat je consequent bent, kun je ze later in het seizoen wat meer vrijheid geven.
Dan kennen ze de structuur en kan het een prachtig seizoen worden, met plezier én duidelijkheid.

Lars van Halteren

lars@voetbalopleidingscentrum.nl

Volgende
Volgende

Altijd de oudste, of altijd de jongste